de Website van Krijn Peter Hesselink

Krijn Peter, Krijn peter Hesselink, dichter, schrijver, vertaler, foto door Chris van der blonk


Terug in de Bijenkorf

De Amsterdamse Bijenkorf is een veelzijdig consumptieparadijs. Zo ontdekte ik vanmiddag dat ze er bijzonder ruime en gerieflijke pashokjes hebben. En je kunt er prima gedichten voordragen.

Toen ik in 1999 voor het eerst met de Bijenkorf te maken kreeg, woonde ik nog niet in Amsterdam. Ik had mij aangesloten bij het door Elena Simons opgerichte Instituut voor Economische Disharmonisatie, een instituut dat zich ten doel stelde Nederland in een economische crisis te storten en dat elke vrijdag een borrel organiseerde mits de AEX-index de dag tevoren was gedaald. In november plukten we mooie spullen uit het huisvuil en smokkelden we deze, voorzien van authentieke prijskaartjes, de Bijenkorf binnen om ze als nieuw te laten verkopen. Als perswoordvoerder mocht ik aan Trouw, VPRO-radio en Financieel Dagblad uitleggen wat daar de logica van was. Na rijp beraad besloot de Bijenkorf ons uiteindelijk toch maar niet voor de rechter te slepen wegens deze omgekeerde winkeldiefstal.

Inmiddels ben ik als dichter keurig ingekapseld. Naast een schap waar je voor tachtig euro een onderbroek kon kopen, zat ik een uur lang in een pashokje om het winkelend publiek op privévoordrachten te vergasten. Heel inspirerend. Het leukste vond ik dat de mensen zo direct reageerden. Een vrouw begon uit te leggen dat ze Nederlandse schrijvers vaak zo zuur vindt. Een man vroeg of ik een gedicht nog eens wilde herhalen. Soms kwam een gedicht helemaal aan. Soms zei een toehoorder dat hij zich er toch niet helemaal in kon herkennen. Maar na een gedicht of drie verlieten de mensen het pashokje steevast met een glimlach op de lippen.

Na afloop kon ik in de bedrijfskantine terecht voor een hapje en een drankje. Op grote posters werd de medewerkers ingepeperd welke artikelen het meest werden gestolen. De top tien werd aangevoerd door Replay jeans, op de voet gevolgd door broeken van G-Star en diverse parfums. Een leerzame middag.

Krijn Peter Hesselink

Mijn cursisten

‘Ja, da’s eng hè, als je verhaal ineens voor iedereen te lezen is... Ik heb heel dapper een link ernaar op m’n hyves gezet. Heel veel leuke reacties gekregen!’

De afgelopen drie maanden heb ik schrijfles gegeven aan het Koorenhuis in Den Haag. Het was een inspirerende ervaring. Ik ontdekte dat ik stiekem hele duidelijke ideeën had over wat ik mijn cursisten wilde leren. Ik wilde hun leren door de ogen van hun fictieve personages te kijken en zich daardoor te laten leiden bij hun beschrijvingen. Ik wilde hun leren hoe je een scène of verhaal zo opbouwt dat het tot een geheel wordt. En boven alles wilde ik hun leren zelfstandig na te denken. Tegen het einde waren mijn cursisten soms zo druk bezig elkaar feedback te geven dat ik amper nog iets hoefde te zeggen.

Wie schrijft, wil gelezen worden (al beperken sommigen zich bij voorkeur tot hun directe omgeving). Daarom heb ik een weblog voor mijn cursisten opgezet. Iedereen die tijdens de cursus een volledig verhaal had weten af te ronden, kon zijn of haar verhaal erop kwijt. Vijf van mijn cursisten zijn de uitdaging aangegaan.

Als docent ben ik natuurlijk volstrekt partijdig. Maar ik laat mij er daardoor niet van weerhouden mijn trots met de wereld te delen. Surf dus allen naar krijnpeterscursisten.blogspot.com. En geniet.

Krijn Peter Hesselink

De man die aan de finish ligt begraven

Vandaag wierp de dood zijn schaduw over het gedicht dat ik moest schrijven voor Radio 1. “Dit is de dag” had twee hoofdgasten: Marianne Vos, kersvers wereldkampioene veldrijden, en Anita Nijkamp, wier man op 21 juni 2007 voor het schoolplein met vijf pistoolschoten was vermoord nadat hij zijn zoontje naar school had gebracht. Na een uur was ik aan de beurt met een inderhaast geschreven gedicht.

Voor mijn gevoel kon ik niet anders dan over Anita Nijkamp schrijven. En tegelijkertijd was het bijna onmogelijk iets te schrijven dat werkelijk recht deed aan haar ervaringen. Laat staan in een uur tijd.

En dan kwamen er ook nog persoonlijke herinneringen boven. Anderhalf jaar geleden kwam geheel onverwacht een vriend van mij te overlijden, een jongen die meer dan twaalf jaar een relatie had gehad met een van mijn beste vriendinnen. In zijn geval was er niemand die je daar redelijkerwijs de schuld van kon geven. Ik weet niet of dat een voordeel is of een nadeel. Hoe dan ook, vanuit die ervaring heb ik geprobeerd een eerbetoon te schrijven aan de manier waarop Anita Nijkamp heeft gestreden – en nog steeds strijdt – voor de nagedachtenis van haar man.

Een huldiging voor Anita Nijkamp

De man die aan de finish ligt begraven
begroet zijn vrouw die heel het peleton
ver achter zich gelaten heeft, een beven
zet alles wat haar lief is hier op aarde
op losse schroeven, hoe zij zich ook afbeult
in weer en wind, bergop, in achtervolging
hoezeer haar achterban vanuit een camper
de vrouw ook toejuicht, steun geeft, troost en opvangt
hoe elke kleine overwinning op
zichzelf haar ook voldoening geeft en kracht
één vroege vluchter laat zich nooit meer achterhalen

Krijn Peter Hesselink

Een kleine enquête onder de mensen

Om me even af te leiden van mijn première van vanavond (zie onder) hield ik voor het NK Poetry Slam een kleine enquête.

Zie www.youtube.com/watch?v=wpIgFPLUB7A.

Krijn Peter Hesselink

De terugkeer naar het podium

Ik was negen toen ik het podium ontdekte. In het jaarlijkse kerstspel speelde ik een kerstboomdokter. Toen het publiek moest lachen om een van de grappen uit mijn monoloog, schoot ik van de weeromstuit zelf in de lach. Tot hilariteit van het publiek uiteraard. Wat het voor mij alleen nog maar lastiger maakte mij te herpakken. Het had een pijnlijke ervaring voor me kunnen zijn, iets waarvoor ik mij nog maandenlang zou schamen, maar nee, ik had iets ontdekt, de magie van het theater, het vermogen een heel publiek aan je te binden.

In de daaropvolgende jaren zou ik mij met steeds meer overgave op het toneel werpen. In Robin Hood en de zeven dwergen speelde ik Donderdagje. In Caligula speelde ik een boodschapper die zich om zijn boodschap door de Romeinse keizer laat vermoorden. In een voorstelling waarvan ik de naam vergeten ben, speelde ik een boom.

Toen ik ging studeren, kwam er de klad in. Pas een paar jaar geleden begon ik mij weer op het podium te wagen, nu als dichter. Een echte theatermaker kon ik mij daarmee nog niet noemen. Onlangs klopte het toneel echter weer bij mij aan in de persoon van Bert van Kreveld, die onder de noemer ‘Nieuw werk’ een podium biedt voor theater dat nog niet helemaal af is. In dat kader sta ik nu in de eenmalige voorstelling Nieuw leven. Hiervoor heb ik twee monologen geschreven over mensen die aanhikken tegen een fundamentele verandering in hun bestaan. De ene monoloog speel ik zelf. De andere wordt vertolkt door Margriet Dantuma. Op vrijdag 11 december kunnen jullie het resultaat bewonderen. Het is een experiment geworden dat naar meer smaakt. Komt allen!


Vrijdag 11 december
Nieuw leven
Theater de Ruimte (Cliffordstraat 38, Amsterdam)
Aanvang: 20:00 uur
Entree: vrijwillige bijdrage die wordt verdubbeld door het VSB-fonds
www.muzenis.nl

Krijn Peter Hesselink

Uit het leven van een postbode

Als postbode kom je dichter bij je publiek. Gisteren fietste ik Amsterdam af om mijn muziek-cd ‘Live in Perdu’ rond te brengen. Het is misschien wat bewerkelijk, iets in eigen beheer uitbrengen, maar je komt ten minste onder de mensen.

Op mijn eerste bezorgadres, een kraakpand aan de Spuistraat, besprak ik onder het genot van een kopje koffie met de blije ontvanger of het gebruikte espresso-apparaat wel ADHD-proof was. Helaas waren er ter plekke geen ADHD’ers aanwezig voor een kleine test. In een bedrijfspand aan de Derde Kostverlorenkade kwam het gesprek op het beklagenswaardige lot van mensen die zich op een onbewaakt moment hebben laten strikken als penningmeester in een bestuur. Heb je je daar één keer toe laten verleiden, dan zullen de mensen je voor de rest van je leven andere penningmeesterfuncties proberen op te dringen. In poëzieboekhandel Perdu, waar ik in één klap tien exemplaren kwijt kon, vernam ik dat twijfels een goed teken zijn. Als een kunstenaar zich geen zorgen maakt over zijn maaksels, dan ontbreekt het hem blijkbaar aan de noodzakelijke betrokkenheid.

Na deze ene dag is mijn ervaring als postbode nog verre van compleet. Zo heeft er vooralsnog geen enkele hond geprobeerd zijn tanden in mijn achterste te zetten. Als er maar genoeg Amsterdammers een cd bij me bestellen, komt dat misschien nog.

Krijn Peter Hesselink

Mijn probleem-oplossend vermogen

Piep, piep. ‘Hé lekkere vent, je “In de nacht” staat in het Parool. Wist je?’ Met dat SMS wekte een goede vriend mij vanochtend wreed uit mijn sluimeringen. Na de laatste restjes slaap onder de douche te hebben weggespoeld, haastte ik mij naar de Linnaeus Boekhandel, waar ze gelukkig nog een Parool van gisteren hadden liggen. Op bladzijde 7 van de PS-bijlage bleek het gedicht uit mijn kersverse bundel Stil alarm inderdaad als gedicht van de dag te zijn opgenomen. Ik stond zij aan zij met een Toscaans recept van Johannes van Dam. Mijn poëzie was even aansprekend als het gedachtegoed van Hans van Mierlo, die rechtsboven was vertegenwoordigd met een citaat: ‘Veroudering kun je niet tegenhouden, vernieuwing wel.’ Ik leverde even goede hersengymnastiek als de sudoku’s onderaan. Tijdens het ontbijt begon ik ze dwangmatig op te lossen. Ik wilde deze krant archiveren en ik kon niet hebben dat het nageslacht zou gaan twijfelen aan mijn probleem-oplossend vermogen.

Krijn Peter Hesselink

PS Anne, de onvolprezen pr-medewerkster van Nieuw Amsterdam, vertelde mij later dat deze ‘gratis publiciteit’ (waarvoor ik geen honorarium ontvang) een ‘advertentiewaarde’ vertegenwoordigt van ruim dertienhonderd euro. Dat is meer dan het voorschot dat ik heb gekregen voor de hele bundel. Het is een zonderlinge wereld...

De zoveelste niet-vrolijke Frans

‘Hoe vrolijk het ook klinkt,’ zei Wim Brands, ‘je bent eigenlijk gewoon de zoveelste niet-vrolijke Frans onder de dichters.’ Het was acht uur ’s ochtends, ik had mijn eerste kopje koffie koud achter de kaken en ik was te gast bij De Avonden op Radio 6 om te praten over mijn nieuwe dichtbundel Stil alarm. Even vroeg ik mij af of Wim Brands voor het interview soms mijn vorige bijdrage aan dit weblog had geraadpleegd. Daarin verwonder ik mij erover dat mijn poëzie en muziek vaak zo luchtig worden opgevat. Zo stelde Rob Schouten in Vrij Nederland: ‘Geen moeilijk gedoe, dit is poëzie om van te genieten.’ Volgens Wim Brands klopt dat slechts ‘voor de helft, want het is wél moeilijk gedoe, maar je brengt het zo goed.’

Toch betwijfel ik of hij mijn weblog had gelezen. Dat ik tevens muziek maak leek geheel nieuw voor hem te zijn. Hij sprong er gelijk op in. Er stond een akoestische gitaar in de studio en zonder ook maar de gelegenheid te krijgen die fatsoenlijk te stemmen liet hij mij kort wat spelen. ‘Je deelt jezelf gewoon op in twee persoonlijkheden,’ constateerde hij goedkeurend over deze aanvulling op mijn artistieke arsenaal. ‘Hoe meer persoonlijkheden, hoe liever,’ beaamde ik, waarbij ik wijselijk verzweeg dat mijn heimelijke ambities zich uitstrekken tot kinderboeken, toneelstukken, romans en wat al niet.

‘Weet je wat ik een van de mooiste gedichten uit de bundel vind,’ vroeg Wim Brands tegen het einde van het gesprek. Het bleek te gaan om ‘Keitjes om mee te keilen’. Het is altijd lastig complimenten in ontvangst te nemen. Ik stamelde iets over de extreme eenvoud van het gedicht in kwestie. Dat bevestigde Wim Brands enthousiast. ‘Ja en dan iets vertellen waarvan iedereen gelijk denkt: ja dat is inderdaad zo,’ zei hij. ‘Je vergeet het ook nooit meer. Wat het wil vertellen, dat weet je helemaal niet. Uiteindelijk is dat toch waar poëzie over gaat?’

Krijn Peter Hesselink

Een blijmoedige ziel?

‘Je bent wel opgewekt, hè?’ Het was de eerste vraag die ik voor de kiezen kreeg toen ik onlangs als singer/songwriter te gast was bij Drop, een cultureel jongerenprogramma op Amsterdam FM. Ik heb het maar beaamd. Maar vreemd vond ik het wel. Kort daarvoor had ik in het lied ‘Na een lachje of twee’ nog dingen gezegd als:

Toen zei jij, nee, ik wil niet zweven
wil niet blind zijn voor de as
je bent een klootzak en ik haat je
en ik mis de stille echo
van je pas

Mij klinkt dat eerder melodramatisch dan luchthartig in de oren. Iets vergelijkbaars geldt voor een lied als ‘Nee liefde is het niet’, waarin ik onder meer verkondig:

Je legde mijn hoofd
op je schoot in de nachttrein
en keek door je spiegelbeeld
heen naar het zwart

Een dijenkletser kan ik er niet van maken, zeg maar. Ik ben het inmiddels echter wel gewend. ‘Krijn Peter Hesselink gaat met licht verende tred door het leven,’ zo concludeerde Janita Monna een jaar geleden al in de Groene Amsterdammer naar aanleiding van mijn debuutbundel. En Rob Schouten typeerde mijn gedichten in Vrij Nederland destijds als ‘goedgemutst’ en ‘opgewekt’. Misschien moet ik het als mijn kracht zien. Zelfs in de grootste ellende weet ik nog ruimte te maken voor optimisme en een bevrijdende lach, zo iets.

Wil je meelachen? Kom dan zaterdag naar Perdu. Daar houd ik mijn liedjesprogramma ten doop tijdens een live-opname die ook toegankelijk is voor publiek.

Zaterdag 26 september
Perdu (Kloveniersburgwal 86, Amsterdam)
Aanvang 20:30 uur
Deuren open 20:00 uur
Entree 4 euro
CD 8 euro (wie van tevoren op de CD intekent hoeft geen entree te betalen)
Reserveren via www.perdu.nl

Krijn Peter Hesselink

Het lijf weet het beter

Het duurt even voor het tot me doordringt dat ik geen idee heb waar mijn fiets staat. Ik heb zitten werken in de Koffiesalon aan de Utrechtsestraat en nu wil ik weer naar huis. Er zoemen talloze gedachten door mijn hoofd. Ik heb nog maar een paar dagen om te twijfelen over de interpunctie in het gedicht ‘Rondgang’; dan gaat mijn nieuwe bundel naar de drukker. Ik heb Sahand Sahebdivani en consorten nu wel zo gek gekregen om een muzikaal programma te verzorgen op mijn bundelpresentatie begin oktober, maar wie wil ik daar eigenlijk allemaal voor uitnodigen? En welke liedjes ga ik zelf spelen op de Uitmarkt dit weekend? Mijn gedachten zijn net aangeland bij het boek van Breyten Breytenbach dat ik momenteel aan het vertalen ben, als het tot mij doordringt dat ik linea recta op mijn fiets af aan het lopen ben. Ik herinner mij niet te hebben bedacht waar die stond. Ik herinner mij niet te hebben besloten hier te gaan kijken. Ik herinner mij niet mij in beweging te hebben gezet. Mijn hoofd is overal en nergens. Gelukkig slaat mijn lijf zich er in zijn eentje ook wel doorheen.

Krijn Peter Hesselink

Een bliksembezoek aan het Vaticaan

In tijden van crisis moeten de machtigen der aarde voortdurend een evenwicht zien te vinden tussen hard beleid en symbolische daden. Barack Obama begrijpt dat met zijn bijna messianistische imago als geen ander. Piet Hein Donner, die afgelopen dinsdag bij radio-programma ‘Dit is de dag’ te gast was, kan nog veel van hem leren. De minister zat alweer in de auto naar een volgende afspraak, toen ik aan de beurt was om het volgende sneldicht voor te dragen, over het bliksembezoek dat de Amerikaanse president die dag aan het Vaticaan bracht.

Een half uurtje voor God, meer heeft Obama
niet nodig, God is toch wel op zijn hand
terwijl de wereld om hem heen instort
hoeft hij niet langer alles door te denken
het gaat er niet om wat hij zoal doet
het gaat er enkel om dat hij iets doet
als zakenbanken links en rechts omvallen
als het ontslagen regent in de polder
en ijskappen wegsmelten op de bergen
hij kan het ook niet helpen, onze afgod
van de verandering, fotogeniek
legt hij zijn onmacht lachend in Gods armen

Krijn Peter Hesselink

Mijmeringen

We stonden in de coulissen. De kleine zaal van het Hengelose Rabotheater druppelde gestaag vol. Bijna driehonderd mensen zaten te wachten. Op Breyten Breytenbach, op Charl-Pierre Naudé, op Gert Vlok Nel, op ons. Simon vertelde dat hij jarenlang had gemijmerd over de mogelijkheid naar het conservatorium te gaan. Hij had zich er net bij neergelegd dat het er nooit van zou komen, dat hij een degelijk leven zou leiden, zonder al te grote artistieke aspiraties, toen ik in zijn leven verscheen. Het was een half jaar geleden en ik was eigenlijk op zoek naar een cellist, maar Simon bleek zijn cello in geen tijden meer te hebben aangeraakt. Hij was in de ban van een nieuwe liefde: de contrabas. Ook leuk, dacht ik.

Nu vormen we een duo. Met dank aan zijn cello-achtergrond kan hij behalve tokkelen tevens uitstekend strijken. En dan heeft hij ook nog een prachtige stem. Als mijn gitaar in de spotlights onverhoopt niet doet wat ik wil, kan ik altijd terugvallen op de onverzettelijkheid van zijn contrabas. Dat is een geruststellende gedachte, waar ik mij op zulke momenten, in de coulissen, vlak voor aanvang, graag aan mag vastklampen. Maar mijn mijmeringen werden wreed doorbroken. Annette kwam aanstormen. ‘Jullie moeten op,’ zei ze, ‘nu!’ Dus daar gingen we.

Krijn Peter Hesselink

‘De kat die toe mag kijken als we vrijen’

Vrijdag was een goede dag. De mensen van Passionate Magazine meldden dat ze op een nog nader te bepalen moment twee van mijn gedichten in hun blad willen opnemen. En Marion van Nieuw Amsterdam stuurde me een pdf met vier mogelijke omslagen voor mijn komende bundel. Het maakt het ineens tastbaar, zo’n omslag. Tot op dat moment was mijn bundel niet meer dan een word-document op mijn laptop. Dat er in oktober iets in de winkel komt te liggen, had iets hopeloos abstracts. Nu heeft ie ineens een gezicht.

Ik sta voor de deur bij een vriend die ik al tijden niet meer heb gezien. Gisteren heb ik de email nog bekeken waarin hij me uitnodigt om vandaag naar zijn verjaardagsfeestje te komen. En toch, mijn hand heeft zich al naar de deurbel uitgestrekt, aarzel ik even. Misschien heb ik me in de datum vergist, in de tijd, in de plaats, misschien herkent hij me niet, of verontrustender nog, herken ik hem niet, misschien blijft de hele avond de twijfel aan me knagen, ben ik stiekem toch op het verkeerde adres, durft niemand zo ongastvrij te zijn mij uit de waan te helpen.

Weinig mensen zullen menen dat er iets schort aan mijn realiteitszin. Zolang ik mij kan heugen, bel ik altijd aan op zulke momenten, wordt er altijd opengedaan door iemand die ik ken, door iemand die mij hartelijk verwelkomt. Ook toen ik het pdf-document opende, werd ik gelijk aangestaard door een vertrouwd gezicht. Ik wist nog niet dat een kat en een man in ochtendjas het omslag van Stil alarm zouden sieren, maar het was alsof het nooit anders was geweest. De drie andere mogelijkheden die de vormgever had aangedragen, heb ik wel nog even bekeken. Maar het was een uitgemaakte zaak. Het omslag is rond, nu de inhoud nog. Eind deze maand verwacht Jasper een semi-definitieve versie.


Krijn Peter Hesselink

De grote vraag

Soms heeft het Hilversumse Mediapark iets van de Bermuda-driehoek. Vorige week was ik als dichter van de dag weer eens te gast bij ‘Dit is de dag’ op Radio 1. De lijsttrekkers van de drie kleinste partijen die kandidaat staan voor het Europese Parlement mochten ons onderling kibbelend uitleggen wat ze zouden doen als ze het in Europa voor het zeggen hadden, en waarom wij als kiezers hun die macht zouden moeten verlenen. Een van hen was een beetje te laat. Ze was verdwaald in het Mediapark. Daarna was de beurt aan David Endt, teammanager van Ajax. Ook hij kwam aanvankelijk niet opdagen. Ik zag hem al eeuwig ronddolen door het labyrint van het Mediapark. Ik vond het dan ook bijna jammer dat hij later alsnog opdook. Hij wilde praten over een boek dat hij had geschreven over zijn jeugdliefde Inter Milan. Maar alle nieuwsgierigheid ging natuurlijk uit naar Marco van Basten, die aan den lijve had ondervonden dat wie hoog stijgt diep kan vallen en zijn ontslag had aangeboden als trainer van Ajax. En toen was ik aan de beurt, met het volgende sneldicht.

Wat wil de man die op de hoogste toren
de wolken en de winden mag bestieren
en die nu druk naar ons staat te gebaren
ons zeggen? Zijn theater maakt nieuwsgierig.
We banen ons een weg naar boven door
een woud van ellebogen. Concurrenten
laten we in het mediapark verdwalen
zodat ze enkel door afwezigheid
nog kunnen schitteren, we laten ze
met een grote boog verdwijnen in het slijk
van roddel, achterklap, desinformatie
tot niemand ons de weg nog kan versperren.
We zijn nu bij de grote man gekomen.
We zien het antwoord op zijn lippen liggen.
We sluipen naderbij. Zijn adem streelt
ons oor, ons eergevoel, ons diepst verlangen.
Hij fluistert: ‘Het is eenzaam aan de top
en nu ben jij.’ Dan springt hij naar beneden.

Krijn Peter Hesselink

Pantoen

Externe opdrachten kunnen heel inspirerend zijn. Ze brengen je ertoe dingen te doen die je anders nooit zou doen. Soms kom je er dan achter dat dat maar goed ook was. Soms ontdek je nieuwe mogelijkheden.

Het was de zomer van 2006 en ik had mij al geplaatst voor het Nederlands kampioenschap slam-poetry, maar eigenlijk vond ik mijn poëzie niet goed genoeg. Toen kwam Ingmar Heytze met het verzoek ter gelegenheid van een ‘science slam’ een gedicht te schrijven over een object uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum. Ik schreef een gedicht met de verschrikkelijk lange titel ‘Een brief aan het object li 158 uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum’. Plotseling had ik mijn toon gevonden: lichter, aardser, spreektaliger. Het was het begin van een creatieve explosie die uiteindelijk zou resulteren in mijn debuutbundel Als geen ander.

Nu heeft De Recensent mij gevraagd een pantoen te schrijven, een dichtvorm waarbij alle regels, door elkaar gehusseld, een keer herhaald worden. Ook dat zou ik uit mezelf nooit hebben gedaan. In zekere zin heb ik het mezelf nodeloos ingewikkeld gemaakt. Bij een pantoen kun je maar beter niet te veel narratieve samenhang aan de regels meegeven, want die valt als los zand uit elkaar door de gedwongen herhalingen. Maar misschien maakt dat mijn probeersel juist wel interessant. Surf naar www.derecensent.nl en oordeel zelf.

Krijn Peter Hesselink

ZKV

Dichters zijn luilakken die niet de tijd en de moeite nemen om een hele roman uit te schrijven. Ze worden daarvoor gestraft met lage verkoopcijfers. Prozaïsten zijn broodschrijvers die zich niet tot de kern weten te beperken. Ze worden niet gestraft voor hun oeverloze babbeldrift, want we leven in een onrechtvaardige wereld. De enige die het begrepen heeft is de beoefenaar van het zkv, het zeer korte verhaal.

Literaire tijdschriften lees ik eigenlijk uitsluitend als ik er zelf in sta, zo moet ik bekennen. Een mens wil toch weten aan welke omgeving hij zijn kleinoodjes willens en wetens heeft blootgesteld. Vaak kom ik dan tot de conclusie dat ik vaker literaire tijdschriften zou moeten lezen. Zo ook deze maand.

In nummer 45 van het Groningse Tzum weet ik mij onder meer omringd door Arabische flitsverhalen, Nederlandse prozagedichten en zkv’s van de Achterhoekse meester A.L. Snijders. Snijders lijkt geen pointes nodig te hebben. Hij begint met schrijven als hem iets in het oog springt en hij houdt op als hij niets meer te melden heeft. En dat is vaak al snel. Daarmee wil ik geenszins suggereren dat zijn zkv’s geen opbouw zouden kennen. Of dat het hen aan verrassende wendingen zou ontbreken. Wat ik bedoel is dat Snijders zich met succes lijkt te hebben ontrukt aan de noodzaak om alles een onwrikbare plaats te geven binnen een naadloos afgeronde vertelling. Soms is een simpele observatie al meer dan genoeg.

‘Mijn moeder kan ik niet meer op de hoogte stellen van mijn veranderde inzicht,’ zo besluit hij het zkv ‘Objet trouvé’. Zelden heb ik de vergankelijkheid zo terloops een verhaal binnen zien sluipen. Maar het hoogtepunt van het nummer is wat mij betreft de slotalinea van het zkv ‘De weg’: ‘Ik rijd wel eens naar Enschede. Een paar kilometer loopt de weg (een stille, provinciale weg, tweebaans) langs het Twente-kanaal. Er zijn daar geen huizen, de weg en het kanaal hebben het rijk alleen. Soms, als het kan, rijd ik zo langzaam als het grote zandschip naast me. We varen gelijk op door het land, ik weet wat de schipper denkt: de weg is bestendig daadloos, nochtans blijft niets ongedaan.’

Krijn Peter Hesselink

Voor het te laat is

Afgelopen dinsdag werd ik ’s avonds gebeld door Annette, een Zuid-Afrikaanse wijnhandelares die ik heb leren kennen via Breyten Breytenbach. Had ik het een beetje druk? Nee? Of ik dan zo goed wilde zijn om de volgende dag in alle vroegte naar Parijs af te reizen. Er moesten schilderijen van Breyten worden opgehaald voor een expositie in Hengelo. Zo goed was ik maar al te graag. Dus stapte ik de volgende ochtend om acht uur bij Peter Dankers in de auto. Het bleek een allervriendelijkste kerel te zijn. Kort geknipt haar, zwart petje, intrigerende verhalen. Hij verdiende zijn brood als kunsttransporteur. Maar het liefst zat hij in China. Om de taal te leren, de cultuur op te snuiven.

We moesten zo vroeg weg omdat Peter had afgesproken om eerst rond het middaguur wat andere schilderijen af te leveren in Brussel voor een grote kunstbeurs. Daarna hadden we alle tijd, want Breyten kon ons de volgende dag pas om een uur of elf ontvangen. Ik probeerde niet al te goed gezelschap te zijn. Als we al te vrolijk in gesprek raakten, miste Peter telkens een afslag. Ons hotel bleek in een Chinese buurt van Parijs te liggen. Peter kon zijn geluk niet op. In gebrekkig Mandarijn probeerde hij een Kantonees sprekende jongen uit te horen over de Chinese lettertekens op de gevel van een McDonald’s. Het werd een mooie avond.

Met verende tred kwam Breyten de volgende dag aanlopen. Zijn overhemd was stralend oranje, wat in zijn geval geen blijk gaf van bekrompen Hollands nationalisme maar van Afrikaanse fleurigheid. Het was de dag na de Zuid-Afrikaanse verkiezingen. Hij had niet gestemd. Dat maakte toch geen verschil, zo verklaarde de man die zeven jaar in de gevangenis heeft gezeten vanwege zijn strijd tegen de apartheid. Maar vervolgens bleek hij toch maar wat blij te zijn dat de Democratic Alliance in de West-Kaap op een overwinning afstevende.

Eenmaal binnen moesten we gelijk aan de slag. Peter had een enorme rol inpakplastic meegebracht. Ik had graag nog wat langer rondgekeken. Het plaatje dat het omslag siert van Breytens (door mij vertaalde) roman Woordvogel stond ineens voor mij als een mansgroot schilderij. Als hij hem verkoopt, is hij hem kwijt. Breyten vertelde dat hij verkochte werken vaak compleet uit het oog verliest. Raar moet dat zijn. Mijn gedichten blijven altijd bij me, hoeveel ik er ook aan de man weet te brengen. De schilderwerken waarmee ik heb lopen slepen, zijn vanaf 14 juni in Hengelo te bewonderen. Zie www.raakruimtes.nl. Ik ga zeker kijken. Voor het te laat is.

Krijn Peter Hesselink

Verzoening

‘Wat maak je me nou?’ Zo begroette mijn redacteur mij toen ik donderdag bij hem langs ging om over mijn bundel in wording te spreken. Waar Jasper verwacht had dat ik hem een bijgeschaafde versie zou voorschotelen van het manuscript dat ik hem eind januari had toegestuurd, daar had ik hem geconfronteerd met een bundel die voor bijna de helft uit nieuw werk bestond. Ik moest denken aan mijn scriptiebegeleider, jaren geleden, die bevreemd had aangezien hoe ik mijn afstudeerscriptie tot twee keer toe radicaal omgooide nadat ze een eerdere versie – met de nodige kanttekeningen – als uitstekend had beoordeeld. We hebben afgesproken dat ik eind juni met een semi-definitieve versie kom. En Jasper heeft me plechtig laten beloven dat ik niet opnieuw alles overhoop gooi. Ik doe mijn best.

Vrijdag gaf ik een optreden in Felix Meritis voor de Nacht van de Filosofie, die dit jaar in het teken stond van ‘de verzoening’. Ik droeg onder meer een gedicht voor getiteld ‘Een druilerige dinsdag in september’. Ik was van plan geweest het aan te kondigen als een gedicht waarin ik mij verzoende met mijn geliefde en gehate Amsterdam, maar Jasper had mij een prachtig alternatief in de schoot geworpen: ‘Mijn redacteur vindt het volgende gedicht niet goed genoeg voor mijn komende bundel. Ik heb mij daar nog niet mee verzoend.’ Het publiek beloonde mij met een bemoedigend applaus.

Krijn Peter Hesselink

Onze machteloze mate van vliesvleugeligheid

Toen ik zaterdag in de krant las dat de dichteres Fritzi ten Harmsen van der Beek was overleden, moest ik denken aan de lerares Nederlands die mij ooit met haar poëzie kennis liet maken. Hoe heette ze ook weer? Het was een vriendelijke vrouw.

Zo stond ze mij toe dat ik Het frietcomplot op mijn leeslijst zette, een absurdistisch epos dat ik tijdens de lessen had geschreven samen met mijn goede vriend Luuk van der Meer, ter publicatie in de schoolkrant. Voor al mijn leeslijsten hanteerde ik eenzelfde strategie. Ik stopte ze vol standaardboeken die iedereen las en die ik ongelezen liet. En ik zette er een paar verschrikkelijk pretentieuze werken op zoals The waste land van T.S. Eliot, Les fleurs du mal van Charles Baudelaire en Also sprach Zarathustra van Friedrich Nietzsche. Daar waren de docenten zo mee in hun schik dat ze de andere boeken verder lieten voor wat ze waren. Behalve mijn lerares Nederlands dan. Die zaagde me eerst tien minuten door over Van den Vos Reynaerde om mij vervolgens met een sceptische blik te vragen of ik de briefroman van Betje Wolff en Aagje Deken werkelijk he-le-maal had gelezen. ‘Hier en daar heb ik misschien wel een natuurbeschrijving overgeslagen,’ zei ik, biddend dat het werk inderdaad natuurbeschrijvingen bevatte. Na nog eens tien martelende minuten kwamen we eindelijk toe aan De amsterdamse school van Lucebert, waar zij minstens zo weinig van leek te begrijpen als ik. Over Het frietcomplot wilde ze vooral graag weten wat de roze Pino’s symboliseerden. Ik had geen idee.

Enige tijd daarvoor was Lucebert overleden. Ik herinner mij dat ik tijdens de les mijn vinger opstak en voorstelde om een minuut stilte voor hem in acht te nemen. Mijn lerares Nederlands zei dat Lucebert een hekel had gehad aan dergelijke formaliteiten. Prachtig afgewimpeld. Maar terecht was het niet. Lucebert had het vast prachtig gevonden als zelfs zijn dood nog kon dienen om een les mee te onderbreken.

Nu is Fritzi ten Harmsen van der Beek hem dus achterna gegaan. Ze publiceerde maar twee bundels tijdens haar leven. En maar één goede: Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten. Ze was allicht slechts een voetnoot bij de naoorlogse poëzie, maar dan wel een hele fijne. Neem het gedicht ‘Onduidelijke correspondentie en de nadelige gevolgen, in twee verzen’, waarin een vrouw zich gereïncarneerd ziet in een boom. In haar ‘onmetelijke toppen’ vindt zij ‘een/ dagboekblaadje, onherkenbaar ook veranderd in zo’n onheil// spellende vlinder die Morpho heet’. Lager bij de grond zit ‘een nog onaanzienlijker insekt dat// wegens zijn voorheen geringere verdiensten van onverzonden/ briefje door de schepper slechst bevorderd was tot// machteloze mate van vliesvleugeligheid’. Hopelijk is de schepper – of De Bezige Bij – zo goed Fritzi te laten reïncarneren in een mooie herdruk. Zelf heb ik jaren moeten wachten voor ik in een antiquariaat eindelijk mijn slag kon slaan.

Krijn Peter Hesselink

Stamcellen voor Uruzgan

Naar aanleiding van een uitzending van ‘Dit is de dag’ op Radio 1 begon ik een week terug te speculeren of het principe van de stamcelmethodiek, waarbij een lichaamsdeel wordt genezen met blanco stamcellen als oude cellen de boel hebben verziekt, ook op een grotere schaal zou kunnen worden toegepast in de ver-van-mijn-bed-show van Uruzgan. Dit resulteerde in het volgende, geïmproviseerde gedicht, dat ik na een uur op de radio ten gehore mocht brengen.

Een maakbaar Afghanistan

Ach laten we vandaag opnieuw beginnen
dit land kent al te veel geschiedenis
ja elke mus die uit de hemel valt
is eerder met een rotvaart opgeworpen

Als we een man uit het moeras lostrekken
dan blijkt er steeds een vader aan te hangen
een grootmoeder, een achterneef, een kleinkind
een vrouw, een loverboy, een eerste liefde
een onontwarbaar net van man kent vrouw
kent hond dat hem aan zijn verleden bindt

Ja laten we vandaag opnieuw beginnen
met mensen als een onbeschreven blad
gefabriceerd aan ons ervaren thuisfront

Krijn Peter Hesselink