© Keke Keukelaar
Onder het biljart
25.05.10
Eigenlijk moet je niet te veel inleidende praatjes houden bij optredens. Dat leidt maar af van de poëzie. Vaak kan ik het toch niet laten. En soms ontlokt het reacties waar ik als dichter onmogelijk tegen op kan.
Afgelopen pinksterweekend gaf ik maar liefst acht korte optredens voor Open Ateliers Jordaan. Zo belandde ik maandagmiddag op een zonnig binnenhof, omringd door de kunstwerken van keramiste Gerda Roodenburg-Slagter (en de juwelen van haar dochter Mira). Bij wijze van inleiding op een gedicht getiteld ‘De knokploeg’ beschreef ik hoe ik mij als klein jongetje had geïdentificeerd met de knokploegen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in verzet waren gekomen tegen de Duitse bezetters. Die lieten zich immers net zo afkorten als mijn voornaam: KP. Na afloop vertelde een toehoorder dat ze ook iemand kende die Krijn heette. Die was vernoemd naar Krijn Breur, een verzetsman die tijdens de bezetting diverse aanslagen had gepleegd voor hij in februari 1943 door de Duitsers werd gefusilleerd...
Overigens heb ik mij vandaag na afloop van een lunchlezing over voordrachtspoëzie de bekentenis laten ontlokken dat ik eigenlijk naar mijn grootmoeder ben vernoemd. Toen die als negende kind in een arbeidersgezin werd geboren, had het volledige voorgeslacht al iemand naar zich vernoemd gekregen, behalve oud-tante Krijntje en oud-tante Pietje. Dus werd mijn grootmoeder in prachtig visserslatijn Krijna Petronella gedoopt, roepnaam: Nel. Het verhaal wil dat dit oud-tante Krijntje en oud-tante Pietje geenszins kon bekoren. In de roepnaam Nel wensten ze zich niet te herkennen.
Terug naar de achtertuin van Gerda Roodenburg-Slagter. Ik kondigde net een gedicht aan over een vrouw die hardnekkig volhoudt dat ze heus geen kinderwens heeft, toen een naar eigen zeggen negenentachtigjarige dame voor mij langs liep om een stoel te pakken. Ze draaide zich naar me om en meldde in plat Amsterdams dat mannen er ook een handje van hadden hun kinderwens te loochenen. Op de hare had ze acht jaar in moeten praten voor hij eindelijk toegaf. Daarop ging ze zitten en kon ik verder met mijn voordracht.
Na afloop bleef ze nog even staan praten. Ze bleek een Jordanees van het eerste uur. Spontaan barstte ze los in een prachtige a-capellaversie van ‘De begrafenis van Manke Nelis’. ‘Maar in de Spaarndammerstraat werd gestopt / Bij een kroeg, op voorstel van Rooie Bart/ Ze haalden Nelis netjes uit de koets vandaan/ En zetten ’m zolang maar onder het biljart...’
Krijn Peter Hesselink
Afgelopen pinksterweekend gaf ik maar liefst acht korte optredens voor Open Ateliers Jordaan. Zo belandde ik maandagmiddag op een zonnig binnenhof, omringd door de kunstwerken van keramiste Gerda Roodenburg-Slagter (en de juwelen van haar dochter Mira). Bij wijze van inleiding op een gedicht getiteld ‘De knokploeg’ beschreef ik hoe ik mij als klein jongetje had geïdentificeerd met de knokploegen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in verzet waren gekomen tegen de Duitse bezetters. Die lieten zich immers net zo afkorten als mijn voornaam: KP. Na afloop vertelde een toehoorder dat ze ook iemand kende die Krijn heette. Die was vernoemd naar Krijn Breur, een verzetsman die tijdens de bezetting diverse aanslagen had gepleegd voor hij in februari 1943 door de Duitsers werd gefusilleerd...
Overigens heb ik mij vandaag na afloop van een lunchlezing over voordrachtspoëzie de bekentenis laten ontlokken dat ik eigenlijk naar mijn grootmoeder ben vernoemd. Toen die als negende kind in een arbeidersgezin werd geboren, had het volledige voorgeslacht al iemand naar zich vernoemd gekregen, behalve oud-tante Krijntje en oud-tante Pietje. Dus werd mijn grootmoeder in prachtig visserslatijn Krijna Petronella gedoopt, roepnaam: Nel. Het verhaal wil dat dit oud-tante Krijntje en oud-tante Pietje geenszins kon bekoren. In de roepnaam Nel wensten ze zich niet te herkennen.
Terug naar de achtertuin van Gerda Roodenburg-Slagter. Ik kondigde net een gedicht aan over een vrouw die hardnekkig volhoudt dat ze heus geen kinderwens heeft, toen een naar eigen zeggen negenentachtigjarige dame voor mij langs liep om een stoel te pakken. Ze draaide zich naar me om en meldde in plat Amsterdams dat mannen er ook een handje van hadden hun kinderwens te loochenen. Op de hare had ze acht jaar in moeten praten voor hij eindelijk toegaf. Daarop ging ze zitten en kon ik verder met mijn voordracht.
Na afloop bleef ze nog even staan praten. Ze bleek een Jordanees van het eerste uur. Spontaan barstte ze los in een prachtige a-capellaversie van ‘De begrafenis van Manke Nelis’. ‘Maar in de Spaarndammerstraat werd gestopt / Bij een kroeg, op voorstel van Rooie Bart/ Ze haalden Nelis netjes uit de koets vandaan/ En zetten ’m zolang maar onder het biljart...’
Krijn Peter Hesselink
Het grote waarom
17.05.10
Waarom zou iemand dichten over hoeveel er wel niet afhangt van een rode kruiwagen die glanst van de regen naast een stel witte kippen? William Carlos Williams heeft prachtige gedichten geschreven over schijnbaar triviale objecten. Afgelopen vrijdag gaf ik in Perdu een lezing over zijn poëzie, waarbij ik vooral inging op het hoe (zie ook mijn vorige bijdrage aan dit weblog). Het waarom liet ik angstvallig links liggen.
Na mij kwam Samuel Vriezen. Die betoonde zich beduidend minder terughoudend. ‘Williams is een pantheïst, die met het voorhandene tast naar wat onder het voorhandene ligt,’ zo stelde hij. Er volgde een inspirerend betoog over hoe de Amerikaanse modernist in alle aspecten van de ons omringende werkelijkheid op zoek zou zijn geweest naar het goddelijke, dat in zijn werk zou figureren onder het mom van de verbeelding, de oorlog, de lente (en andere natuurmetaforen) en Amerika. Al luisterend bleef ik echter worstelen met een probleem dat ook Vriezen zelf geenszins had verbloemd: Williams was een verklaard atheïst.
De volgende dag bedacht ik dat het concept van de ‘qualia’ hier misschien uitkomst biedt. Qualia zijn, aldus Wikipedia, kwalitatieve eigenschappen van de waarneming. Een gedachte-experiment kan het idee misschien helpen verhelderen. Ik heb een besef van rood en groen. Stel nu dat mijn ervaring van die kleuren omklapt, waardoor rood er voor mij ineens uitziet zoals ik groen altijd ervaren heb en waardoor groen er voor mij ineens uitziet zoals ik rood altijd ervaren heb. Vanuit functioneel perspectief verandert er helemaal niets. Ik ben onverminderd in staat om de kleuren te onderscheiden. Maar mijn ervaring van die kleuren is radicaal veranderd. Het zou me echter nog zwaar vallen om aan andere mensen uit te leggen wat die kwalitatieve verandering precies behelst. Misschien is hun ervaring van rood altijd al identiek geweest aan hoe ik die kleur pas sinds kort ben gaan ervaren...
De kwalitatieve eigenschappen van de waarneming maken integraal onderdeel uit van ‘het voorhandene’, waar Williams in zijn poëzie zoveel aandacht aan besteedt. Ze laten zich echter moeilijk benoemen. Volgens mij is dit waar Williams op doelt als hij in het boek Spring and All uit 1923 stelt: ‘My whole life has been spent (so far) in seeking to place a value on experience and the objects of experience.’ Het is uiteraard een utopisch streven om met woorden die aspecten van het voorhandene af te tasten waar woorden haast per definitie geen grip op krijgen. Ik sluit mij dan ook graag aan bij Vriezens conclusie: ‘Zijn beste werk mislukt op hoog niveau.’
Krijn Peter Hesselink
Na mij kwam Samuel Vriezen. Die betoonde zich beduidend minder terughoudend. ‘Williams is een pantheïst, die met het voorhandene tast naar wat onder het voorhandene ligt,’ zo stelde hij. Er volgde een inspirerend betoog over hoe de Amerikaanse modernist in alle aspecten van de ons omringende werkelijkheid op zoek zou zijn geweest naar het goddelijke, dat in zijn werk zou figureren onder het mom van de verbeelding, de oorlog, de lente (en andere natuurmetaforen) en Amerika. Al luisterend bleef ik echter worstelen met een probleem dat ook Vriezen zelf geenszins had verbloemd: Williams was een verklaard atheïst.
De volgende dag bedacht ik dat het concept van de ‘qualia’ hier misschien uitkomst biedt. Qualia zijn, aldus Wikipedia, kwalitatieve eigenschappen van de waarneming. Een gedachte-experiment kan het idee misschien helpen verhelderen. Ik heb een besef van rood en groen. Stel nu dat mijn ervaring van die kleuren omklapt, waardoor rood er voor mij ineens uitziet zoals ik groen altijd ervaren heb en waardoor groen er voor mij ineens uitziet zoals ik rood altijd ervaren heb. Vanuit functioneel perspectief verandert er helemaal niets. Ik ben onverminderd in staat om de kleuren te onderscheiden. Maar mijn ervaring van die kleuren is radicaal veranderd. Het zou me echter nog zwaar vallen om aan andere mensen uit te leggen wat die kwalitatieve verandering precies behelst. Misschien is hun ervaring van rood altijd al identiek geweest aan hoe ik die kleur pas sinds kort ben gaan ervaren...
De kwalitatieve eigenschappen van de waarneming maken integraal onderdeel uit van ‘het voorhandene’, waar Williams in zijn poëzie zoveel aandacht aan besteedt. Ze laten zich echter moeilijk benoemen. Volgens mij is dit waar Williams op doelt als hij in het boek Spring and All uit 1923 stelt: ‘My whole life has been spent (so far) in seeking to place a value on experience and the objects of experience.’ Het is uiteraard een utopisch streven om met woorden die aspecten van het voorhandene af te tasten waar woorden haast per definitie geen grip op krijgen. Ik sluit mij dan ook graag aan bij Vriezens conclusie: ‘Zijn beste werk mislukt op hoog niveau.’
Krijn Peter Hesselink
Door mijn eigen gedichten terechtgewezen?
28.04.10
In het boek Spring and All stelt William Carlos Williams dat dichters plagiaat plegen op de werkelijkheid als ze die proberen weer te geven in hun poëzie. Voor dat doel schiet de taal haast per definitie tekort. Maar als Williams in zijn bijzonder autobiografisch getinte gedichten geen poging doet de werkelijkheid weer te geven, wat probeert hij dan wel? Ik worstelde met deze vraag in verband met een lezing die ik op 14 mei geef in het Amsterdamse Perdu. En ik dacht een mooie oplossing te hebben gevonden. Lees maar.
‘De dichter die zich baseert op persoonlijke ervaringen schrijft voor een publiek dat die ervaringen niet kent. Hij kan pas goed inschatten hoe zijn woorden op dit onwetende publiek over zullen komen als hij ook zelf de autobiografische achtergrond van zijn materiaal even vergeet. Hij moet zijn woorden niet zozeer loskoppelen van de algemene betekenis die zij normaliter in de wereld hebben, als wel van de specifieke gewaarwordingen waaraan zij zijn ontsprongen. Met deze zelf opgelegde distantiëring waarborgt de auteur dat hij trouw blijft aan dat wat er staat en zich niet verliest in dat wat hij ermee bedoelt. Hierdoor verdwijnt het talige tekort als sneeuw voor de zon. De woorden en datgene wat zij tot uitdrukking brengen vormen het materiaal waarmee de dichter werkt. De woorden betekenen wat zij nu eenmaal betekenen. Daarin schieten zij per definitie nooit tekort.’
Ik moet bekennen dat ik behoorlijk in mijn sas was met deze slimmigheden. Tot ik mij geconfronteerd zag met de overigens bijzonder vleiende bespreking van mijn tweede dichtbundel Stil alarm in de Poëziekrant (zie onder persreacties op deze website). De recensent, Jeroen Dera, staat onder meer stil bij het gedicht ‘Rondgang’ over een kleverig sliertje mie: ‘toen ik probeerde/ of het zich in de vorm van jouw profiel/ je wipneus, lippen, de ronding van je kin/ tegen de deur liet plakken, viel het prompt/ tussen mijn schoenen’. Naar aanleiding van deze regels schrijft hij: ‘Maar de passage kan ook in poëticaal opzicht geduid worden, waarbij ze de onmacht van de kunstenaar tot representatie thematiseert. Zo’n interpretatie gaat ver, maar bij nader inzien zijn er in Stil alarm meerdere momenten waarop gewezen wordt op het feit dat niet alles kan worden weerspiegeld of nagebootst.’ Als hij gelijk heeft, is het talige tekort in mijn eigen poëzie nog verre van bezworen. Is die hele redenering over ‘zelf opgelegde distantiëring’ dan slechts een retorisch trucje? In Perdu kunnen jullie straks horen of ik me daar nog uit weet te lullen.
Vrijdag 14 mei
Perdu (Kloveniersburgwal 86, Amsterdam)
Zaal open 20:00 uur
Aanvang 20:30 uur
Entree 7 euro / 5 euro
Reserveren: www.perdu.nl
Krijn Peter Hesselink
‘De dichter die zich baseert op persoonlijke ervaringen schrijft voor een publiek dat die ervaringen niet kent. Hij kan pas goed inschatten hoe zijn woorden op dit onwetende publiek over zullen komen als hij ook zelf de autobiografische achtergrond van zijn materiaal even vergeet. Hij moet zijn woorden niet zozeer loskoppelen van de algemene betekenis die zij normaliter in de wereld hebben, als wel van de specifieke gewaarwordingen waaraan zij zijn ontsprongen. Met deze zelf opgelegde distantiëring waarborgt de auteur dat hij trouw blijft aan dat wat er staat en zich niet verliest in dat wat hij ermee bedoelt. Hierdoor verdwijnt het talige tekort als sneeuw voor de zon. De woorden en datgene wat zij tot uitdrukking brengen vormen het materiaal waarmee de dichter werkt. De woorden betekenen wat zij nu eenmaal betekenen. Daarin schieten zij per definitie nooit tekort.’
Ik moet bekennen dat ik behoorlijk in mijn sas was met deze slimmigheden. Tot ik mij geconfronteerd zag met de overigens bijzonder vleiende bespreking van mijn tweede dichtbundel Stil alarm in de Poëziekrant (zie onder persreacties op deze website). De recensent, Jeroen Dera, staat onder meer stil bij het gedicht ‘Rondgang’ over een kleverig sliertje mie: ‘toen ik probeerde/ of het zich in de vorm van jouw profiel/ je wipneus, lippen, de ronding van je kin/ tegen de deur liet plakken, viel het prompt/ tussen mijn schoenen’. Naar aanleiding van deze regels schrijft hij: ‘Maar de passage kan ook in poëticaal opzicht geduid worden, waarbij ze de onmacht van de kunstenaar tot representatie thematiseert. Zo’n interpretatie gaat ver, maar bij nader inzien zijn er in Stil alarm meerdere momenten waarop gewezen wordt op het feit dat niet alles kan worden weerspiegeld of nagebootst.’ Als hij gelijk heeft, is het talige tekort in mijn eigen poëzie nog verre van bezworen. Is die hele redenering over ‘zelf opgelegde distantiëring’ dan slechts een retorisch trucje? In Perdu kunnen jullie straks horen of ik me daar nog uit weet te lullen.
Vrijdag 14 mei
Perdu (Kloveniersburgwal 86, Amsterdam)
Zaal open 20:00 uur
Aanvang 20:30 uur
Entree 7 euro / 5 euro
Reserveren: www.perdu.nl
Krijn Peter Hesselink
Berichten uit de Middenwereld (van Breyten en Brink)
15.04.10
Toen ik een kleine jongen was, las mijn moeder boeken die mij bij zijn gebleven door de mooie schilderingen op het omslag. En door de mysterieus klinkende naam van de auteur: Breyten Breytenbach, een man van wie ik begreep dat hij jaren lang in de gevangenis had gezeten vanwege zijn verzet tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Nu ben ik zijn vaste vertaler. Elke keer dat in Nederland een boek van hem verschijnt, komt hij hiernaartoe en mag ik hem de hand schudden. Even voel ik mij dan weer dat kleine jongetje dat de wildste dromen had over deze blanke man met zijn kleurrijke avonturen.
Als Breyten in zijn boeken verslag doet van zijn belevenissen, gaat dat overigens minstens zo fantasievol. Hij is niet geïnteresseerd in de waarheid, zo legde hij afgelopen dinsdag uit in het Utrechtse RASA waar ik hem voor SLAU mocht interviewen naar aanleiding van zijn nieuwste boek Berichten uit de Middenwereld. De waarheid bestaat niet. Het leven is niet eenduidig. Het is juist de veelvormigheid van onze ervaringen waar hij in zijn boeken de vinger op probeert te leggen.

Tijdens de fotosessie eerder die avond was ik niet in de stemming om mij een plastic glimlach op de lippen te laten persen. Brink bood aan dat zij dan wel voor twee zou lachen. En zie daar, het is haar gelukt!

Als Breyten in zijn boeken verslag doet van zijn belevenissen, gaat dat overigens minstens zo fantasievol. Hij is niet geïnteresseerd in de waarheid, zo legde hij afgelopen dinsdag uit in het Utrechtse RASA waar ik hem voor SLAU mocht interviewen naar aanleiding van zijn nieuwste boek Berichten uit de Middenwereld. De waarheid bestaat niet. Het leven is niet eenduidig. Het is juist de veelvormigheid van onze ervaringen waar hij in zijn boeken de vinger op probeert te leggen.
© Nadine Ancher
Breyten zei dit naar aanleiding van een vraag die de andere gast van die avond, Brink Scholtz, in haar lezing had opgeworpen. Brinks aanwezigheid had iets geruststellends. Zo zag ik mij tijdens het interview niet alleen geconfronteerd met een levende legende, maar ook met een generatiegenoot die op verfrissend nuchtere wijze uit de doeken deed hoe zij zich in haar idealisme tekort voelt schieten ten opzichte van haar vader. Al liet ze doorschemeren dat er nog behoorlijk wat maatschappelijke betrokkenheid komt kijken bij de theatervoorstellingen die zij in het Zuid-Afrikaanse Grahamstown maakt. Jammer dat we die in Nederland niet te zien krijgen.Tijdens de fotosessie eerder die avond was ik niet in de stemming om mij een plastic glimlach op de lippen te laten persen. Brink bood aan dat zij dan wel voor twee zou lachen. En zie daar, het is haar gelukt!
© Nadine Ancher
Krijn Peter HesselinkKinderangst
6.04.10
Er viel een korte stilte. Ik had net over de telefoon mijn dichterlijke bijdrage geleverd aan het actualiteitenprogramma ‘Dit is de dag’ op Radio 1. In de studio leek men er niet gelijk raad mee te weten. ‘Een doordenkertje,’ opperde een van de presentatoren. Een van de gasten vond vooral het woord ‘machteloos’ goed getroffen. Ik had mijn gedicht van de dag geschreven naar aanleiding van de eerste gast, Basti Baroncini, die een uur tevoren was begonnen te vertellen over zijn nieuwe boek ‘Man en abortus’. Een vriendin aan wie ik het sneldicht later liet lezen, vond het heel helder. Ze moest gelijk denken aan een vriendin van haar die tegen de wil van haar vriendje abortus had laten plegen. Zij vond hun relatie te pril. Hij vond het moord. Hun relatie heeft het niet overleefd. Te pril blijkbaar.
Ze is de baas in eigen buik zoals
mijn uitgever het boek drukt van
mijn geesteskind, de vergelijking loopt
wat mank, maar als ik woorden eenmaal op
de pagina heb losgelaten gaan
ze prompt een eigen leven leiden
net als het kind dat zij nog in haar buik draagt
als zij tenminste niet besluit, tot hier
niet verder, de angst regeert, wat zeg ik
haar angst regeert, mijn angst staat buiten spel
ziet machteloos het vonnis zich voltrekken
Krijn Peter Hesselink
Ze is de baas in eigen buik zoals
mijn uitgever het boek drukt van
mijn geesteskind, de vergelijking loopt
wat mank, maar als ik woorden eenmaal op
de pagina heb losgelaten gaan
ze prompt een eigen leven leiden
net als het kind dat zij nog in haar buik draagt
als zij tenminste niet besluit, tot hier
niet verder, de angst regeert, wat zeg ik
haar angst regeert, mijn angst staat buiten spel
ziet machteloos het vonnis zich voltrekken
Krijn Peter Hesselink
Terug in de Bijenkorf
6.03.10
De Amsterdamse Bijenkorf is een veelzijdig consumptieparadijs. Zo ontdekte ik vanmiddag dat ze er bijzonder ruime en gerieflijke pashokjes hebben. En je kunt er prima gedichten voordragen.
Toen ik in 1999 voor het eerst met de Bijenkorf te maken kreeg, woonde ik nog niet in Amsterdam. Ik had mij aangesloten bij het door Elena Simons opgerichte Instituut voor Economische Disharmonisatie, een instituut dat zich ten doel stelde Nederland in een economische crisis te storten en dat elke vrijdag een borrel organiseerde mits de AEX-index de dag tevoren was gedaald. In november plukten we mooie spullen uit het huisvuil en smokkelden we deze, voorzien van authentieke prijskaartjes, de Bijenkorf binnen om ze als nieuw te laten verkopen. Als perswoordvoerder mocht ik aan Trouw, VPRO-radio en Financieel Dagblad uitleggen wat daar de logica van was. Na rijp beraad besloot de Bijenkorf ons uiteindelijk toch maar niet voor de rechter te slepen wegens deze omgekeerde winkeldiefstal.
Inmiddels ben ik als dichter keurig ingekapseld. Naast een schap waar je voor tachtig euro een onderbroek kon kopen, zat ik een uur lang in een pashokje om het winkelend publiek op privévoordrachten te vergasten. Heel inspirerend. Het leukste vond ik dat de mensen zo direct reageerden. Een vrouw begon uit te leggen dat ze Nederlandse schrijvers vaak zo zuur vindt. Een man vroeg of ik een gedicht nog eens wilde herhalen. Soms kwam een gedicht helemaal aan. Soms zei een toehoorder dat hij zich er toch niet helemaal in kon herkennen. Maar na een gedicht of drie verlieten de mensen het pashokje steevast met een glimlach op de lippen.
Na afloop kon ik in de bedrijfskantine terecht voor een hapje en een drankje. Op grote posters werd de medewerkers ingepeperd welke artikelen het meest werden gestolen. De top tien werd aangevoerd door Replay jeans, op de voet gevolgd door broeken van G-Star en diverse parfums. Een leerzame middag.
Krijn Peter Hesselink
Toen ik in 1999 voor het eerst met de Bijenkorf te maken kreeg, woonde ik nog niet in Amsterdam. Ik had mij aangesloten bij het door Elena Simons opgerichte Instituut voor Economische Disharmonisatie, een instituut dat zich ten doel stelde Nederland in een economische crisis te storten en dat elke vrijdag een borrel organiseerde mits de AEX-index de dag tevoren was gedaald. In november plukten we mooie spullen uit het huisvuil en smokkelden we deze, voorzien van authentieke prijskaartjes, de Bijenkorf binnen om ze als nieuw te laten verkopen. Als perswoordvoerder mocht ik aan Trouw, VPRO-radio en Financieel Dagblad uitleggen wat daar de logica van was. Na rijp beraad besloot de Bijenkorf ons uiteindelijk toch maar niet voor de rechter te slepen wegens deze omgekeerde winkeldiefstal.
Inmiddels ben ik als dichter keurig ingekapseld. Naast een schap waar je voor tachtig euro een onderbroek kon kopen, zat ik een uur lang in een pashokje om het winkelend publiek op privévoordrachten te vergasten. Heel inspirerend. Het leukste vond ik dat de mensen zo direct reageerden. Een vrouw begon uit te leggen dat ze Nederlandse schrijvers vaak zo zuur vindt. Een man vroeg of ik een gedicht nog eens wilde herhalen. Soms kwam een gedicht helemaal aan. Soms zei een toehoorder dat hij zich er toch niet helemaal in kon herkennen. Maar na een gedicht of drie verlieten de mensen het pashokje steevast met een glimlach op de lippen.
Na afloop kon ik in de bedrijfskantine terecht voor een hapje en een drankje. Op grote posters werd de medewerkers ingepeperd welke artikelen het meest werden gestolen. De top tien werd aangevoerd door Replay jeans, op de voet gevolgd door broeken van G-Star en diverse parfums. Een leerzame middag.
Krijn Peter Hesselink
Mijn cursisten
8.02.10
‘Ja, da’s eng hè, als je verhaal ineens voor iedereen te lezen is... Ik heb heel dapper een link ernaar op m’n hyves gezet. Heel veel leuke reacties gekregen!’
De afgelopen drie maanden heb ik schrijfles gegeven aan het Koorenhuis in Den Haag. Het was een inspirerende ervaring. Ik ontdekte dat ik stiekem hele duidelijke ideeën had over wat ik mijn cursisten wilde leren. Ik wilde hun leren door de ogen van hun fictieve personages te kijken en zich daardoor te laten leiden bij hun beschrijvingen. Ik wilde hun leren hoe je een scène of verhaal zo opbouwt dat het tot een geheel wordt. En boven alles wilde ik hun leren zelfstandig na te denken. Tegen het einde waren mijn cursisten soms zo druk bezig elkaar feedback te geven dat ik amper nog iets hoefde te zeggen.
Wie schrijft, wil gelezen worden (al beperken sommigen zich bij voorkeur tot hun directe omgeving). Daarom heb ik een weblog voor mijn cursisten opgezet. Iedereen die tijdens de cursus een volledig verhaal had weten af te ronden, kon zijn of haar verhaal erop kwijt. Vijf van mijn cursisten zijn de uitdaging aangegaan.
Als docent ben ik natuurlijk volstrekt partijdig. Maar ik laat mij er daardoor niet van weerhouden mijn trots met de wereld te delen. Surf dus allen naar krijnpeterscursisten.blogspot.com. En geniet.
Krijn Peter Hesselink
De afgelopen drie maanden heb ik schrijfles gegeven aan het Koorenhuis in Den Haag. Het was een inspirerende ervaring. Ik ontdekte dat ik stiekem hele duidelijke ideeën had over wat ik mijn cursisten wilde leren. Ik wilde hun leren door de ogen van hun fictieve personages te kijken en zich daardoor te laten leiden bij hun beschrijvingen. Ik wilde hun leren hoe je een scène of verhaal zo opbouwt dat het tot een geheel wordt. En boven alles wilde ik hun leren zelfstandig na te denken. Tegen het einde waren mijn cursisten soms zo druk bezig elkaar feedback te geven dat ik amper nog iets hoefde te zeggen.
Wie schrijft, wil gelezen worden (al beperken sommigen zich bij voorkeur tot hun directe omgeving). Daarom heb ik een weblog voor mijn cursisten opgezet. Iedereen die tijdens de cursus een volledig verhaal had weten af te ronden, kon zijn of haar verhaal erop kwijt. Vijf van mijn cursisten zijn de uitdaging aangegaan.
Als docent ben ik natuurlijk volstrekt partijdig. Maar ik laat mij er daardoor niet van weerhouden mijn trots met de wereld te delen. Surf dus allen naar krijnpeterscursisten.blogspot.com. En geniet.
Krijn Peter Hesselink
De man die aan de finish ligt begraven
4.02.10
Vandaag wierp de dood zijn schaduw over het gedicht dat ik moest schrijven voor Radio 1. “Dit is de dag” had twee hoofdgasten: Marianne Vos, kersvers wereldkampioene veldrijden, en Anita Nijkamp, wier man op 21 juni 2007 voor het schoolplein met vijf pistoolschoten was vermoord nadat hij zijn zoontje naar school had gebracht. Na een uur was ik aan de beurt met een inderhaast geschreven gedicht.
Voor mijn gevoel kon ik niet anders dan over Anita Nijkamp schrijven. En tegelijkertijd was het bijna onmogelijk iets te schrijven dat werkelijk recht deed aan haar ervaringen. Laat staan in een uur tijd.
En dan kwamen er ook nog persoonlijke herinneringen boven. Anderhalf jaar geleden kwam geheel onverwacht een vriend van mij te overlijden, een jongen die meer dan twaalf jaar een relatie had gehad met een van mijn beste vriendinnen. In zijn geval was er niemand die je daar redelijkerwijs de schuld van kon geven. Ik weet niet of dat een voordeel is of een nadeel. Hoe dan ook, vanuit die ervaring heb ik geprobeerd een eerbetoon te schrijven aan de manier waarop Anita Nijkamp heeft gestreden – en nog steeds strijdt – voor de nagedachtenis van haar man.
Een huldiging voor Anita Nijkamp
De man die aan de finish ligt begraven
begroet zijn vrouw die heel het peleton
ver achter zich gelaten heeft, een beven
zet alles wat haar lief is hier op aarde
op losse schroeven, hoe zij zich ook afbeult
in weer en wind, bergop, in achtervolging
hoezeer haar achterban vanuit een camper
de vrouw ook toejuicht, steun geeft, troost en opvangt
hoe elke kleine overwinning op
zichzelf haar ook voldoening geeft en kracht
één vroege vluchter laat zich nooit meer achterhalen
Krijn Peter Hesselink
Voor mijn gevoel kon ik niet anders dan over Anita Nijkamp schrijven. En tegelijkertijd was het bijna onmogelijk iets te schrijven dat werkelijk recht deed aan haar ervaringen. Laat staan in een uur tijd.
En dan kwamen er ook nog persoonlijke herinneringen boven. Anderhalf jaar geleden kwam geheel onverwacht een vriend van mij te overlijden, een jongen die meer dan twaalf jaar een relatie had gehad met een van mijn beste vriendinnen. In zijn geval was er niemand die je daar redelijkerwijs de schuld van kon geven. Ik weet niet of dat een voordeel is of een nadeel. Hoe dan ook, vanuit die ervaring heb ik geprobeerd een eerbetoon te schrijven aan de manier waarop Anita Nijkamp heeft gestreden – en nog steeds strijdt – voor de nagedachtenis van haar man.
Een huldiging voor Anita Nijkamp
De man die aan de finish ligt begraven
begroet zijn vrouw die heel het peleton
ver achter zich gelaten heeft, een beven
zet alles wat haar lief is hier op aarde
op losse schroeven, hoe zij zich ook afbeult
in weer en wind, bergop, in achtervolging
hoezeer haar achterban vanuit een camper
de vrouw ook toejuicht, steun geeft, troost en opvangt
hoe elke kleine overwinning op
zichzelf haar ook voldoening geeft en kracht
één vroege vluchter laat zich nooit meer achterhalen
Krijn Peter Hesselink
Een kleine enquête onder de mensen
11.12.09
Om me even af te leiden van mijn première van vanavond (zie onder) hield ik voor het NK Poetry Slam een kleine enquête.
Zie www.youtube.com/watch?v=wpIgFPLUB7A.
Krijn Peter Hesselink
Zie www.youtube.com/watch?v=wpIgFPLUB7A.
Krijn Peter Hesselink
De terugkeer naar het podium
4.12.09
Ik was negen toen ik het podium ontdekte. In het jaarlijkse kerstspel speelde ik een kerstboomdokter. Toen het publiek moest lachen om een van de grappen uit mijn monoloog, schoot ik van de weeromstuit zelf in de lach. Tot hilariteit van het publiek uiteraard. Wat het voor mij alleen nog maar lastiger maakte mij te herpakken. Het had een pijnlijke ervaring voor me kunnen zijn, iets waarvoor ik mij nog maandenlang zou schamen, maar nee, ik had iets ontdekt, de magie van het theater, het vermogen een heel publiek aan je te binden.
In de daaropvolgende jaren zou ik mij met steeds meer overgave op het toneel werpen. In Robin Hood en de zeven dwergen speelde ik Donderdagje. In Caligula speelde ik een boodschapper die zich om zijn boodschap door de Romeinse keizer laat vermoorden. In een voorstelling waarvan ik de naam vergeten ben, speelde ik een boom.
Toen ik ging studeren, kwam er de klad in. Pas een paar jaar geleden begon ik mij weer op het podium te wagen, nu als dichter. Een echte theatermaker kon ik mij daarmee nog niet noemen. Onlangs klopte het toneel echter weer bij mij aan in de persoon van Bert van Kreveld, die onder de noemer ‘Nieuw werk’ een podium biedt voor theater dat nog niet helemaal af is. In dat kader sta ik nu in de eenmalige voorstelling Nieuw leven. Hiervoor heb ik twee monologen geschreven over mensen die aanhikken tegen een fundamentele verandering in hun bestaan. De ene monoloog speel ik zelf. De andere wordt vertolkt door Margriet Dantuma. Op vrijdag 11 december kunnen jullie het resultaat bewonderen. Het is een experiment geworden dat naar meer smaakt. Komt allen!

Vrijdag 11 december
Nieuw leven
Theater de Ruimte (Cliffordstraat 38, Amsterdam)
Aanvang: 20:00 uur
Entree: vrijwillige bijdrage die wordt verdubbeld door het VSB-fonds
www.muzenis.nl
Krijn Peter Hesselink
In de daaropvolgende jaren zou ik mij met steeds meer overgave op het toneel werpen. In Robin Hood en de zeven dwergen speelde ik Donderdagje. In Caligula speelde ik een boodschapper die zich om zijn boodschap door de Romeinse keizer laat vermoorden. In een voorstelling waarvan ik de naam vergeten ben, speelde ik een boom.
Toen ik ging studeren, kwam er de klad in. Pas een paar jaar geleden begon ik mij weer op het podium te wagen, nu als dichter. Een echte theatermaker kon ik mij daarmee nog niet noemen. Onlangs klopte het toneel echter weer bij mij aan in de persoon van Bert van Kreveld, die onder de noemer ‘Nieuw werk’ een podium biedt voor theater dat nog niet helemaal af is. In dat kader sta ik nu in de eenmalige voorstelling Nieuw leven. Hiervoor heb ik twee monologen geschreven over mensen die aanhikken tegen een fundamentele verandering in hun bestaan. De ene monoloog speel ik zelf. De andere wordt vertolkt door Margriet Dantuma. Op vrijdag 11 december kunnen jullie het resultaat bewonderen. Het is een experiment geworden dat naar meer smaakt. Komt allen!

Vrijdag 11 december
Nieuw leven
Theater de Ruimte (Cliffordstraat 38, Amsterdam)
Aanvang: 20:00 uur
Entree: vrijwillige bijdrage die wordt verdubbeld door het VSB-fonds
www.muzenis.nl
Krijn Peter Hesselink
Uit het leven van een postbode
18.11.09
Als postbode kom je dichter bij je publiek. Gisteren fietste ik Amsterdam af om mijn muziek-cd ‘Live in Perdu’ rond te brengen. Het is misschien wat bewerkelijk, iets in eigen beheer uitbrengen, maar je komt ten minste onder de mensen.
Op mijn eerste bezorgadres, een kraakpand aan de Spuistraat, besprak ik onder het genot van een kopje koffie met de blije ontvanger of het gebruikte espresso-apparaat wel ADHD-proof was. Helaas waren er ter plekke geen ADHD’ers aanwezig voor een kleine test. In een bedrijfspand aan de Derde Kostverlorenkade kwam het gesprek op het beklagenswaardige lot van mensen die zich op een onbewaakt moment hebben laten strikken als penningmeester in een bestuur. Heb je je daar één keer toe laten verleiden, dan zullen de mensen je voor de rest van je leven andere penningmeesterfuncties proberen op te dringen. In poëzieboekhandel Perdu, waar ik in één klap tien exemplaren kwijt kon, vernam ik dat twijfels een goed teken zijn. Als een kunstenaar zich geen zorgen maakt over zijn maaksels, dan ontbreekt het hem blijkbaar aan de noodzakelijke betrokkenheid.
Na deze ene dag is mijn ervaring als postbode nog verre van compleet. Zo heeft er vooralsnog geen enkele hond geprobeerd zijn tanden in mijn achterste te zetten. Als er maar genoeg Amsterdammers een cd bij me bestellen, komt dat misschien nog.
Krijn Peter Hesselink
Op mijn eerste bezorgadres, een kraakpand aan de Spuistraat, besprak ik onder het genot van een kopje koffie met de blije ontvanger of het gebruikte espresso-apparaat wel ADHD-proof was. Helaas waren er ter plekke geen ADHD’ers aanwezig voor een kleine test. In een bedrijfspand aan de Derde Kostverlorenkade kwam het gesprek op het beklagenswaardige lot van mensen die zich op een onbewaakt moment hebben laten strikken als penningmeester in een bestuur. Heb je je daar één keer toe laten verleiden, dan zullen de mensen je voor de rest van je leven andere penningmeesterfuncties proberen op te dringen. In poëzieboekhandel Perdu, waar ik in één klap tien exemplaren kwijt kon, vernam ik dat twijfels een goed teken zijn. Als een kunstenaar zich geen zorgen maakt over zijn maaksels, dan ontbreekt het hem blijkbaar aan de noodzakelijke betrokkenheid.
Na deze ene dag is mijn ervaring als postbode nog verre van compleet. Zo heeft er vooralsnog geen enkele hond geprobeerd zijn tanden in mijn achterste te zetten. Als er maar genoeg Amsterdammers een cd bij me bestellen, komt dat misschien nog.
Krijn Peter Hesselink
Mijn probleem-oplossend vermogen
21.10.09
Piep, piep. ‘Hé lekkere vent, je “In de nacht” staat in het Parool. Wist je?’ Met dat SMS wekte een goede vriend mij vanochtend wreed uit mijn sluimeringen. Na de laatste restjes slaap onder de douche te hebben weggespoeld, haastte ik mij naar de Linnaeus Boekhandel, waar ze gelukkig nog een Parool van gisteren hadden liggen. Op bladzijde 7 van de PS-bijlage bleek het gedicht uit mijn kersverse bundel Stil alarm inderdaad als gedicht van de dag te zijn opgenomen. Ik stond zij aan zij met een Toscaans recept van Johannes van Dam. Mijn poëzie was even aansprekend als het gedachtegoed van Hans van Mierlo, die rechtsboven was vertegenwoordigd met een citaat: ‘Veroudering kun je niet tegenhouden, vernieuwing wel.’ Ik leverde even goede hersengymnastiek als de sudoku’s onderaan. Tijdens het ontbijt begon ik ze dwangmatig op te lossen. Ik wilde deze krant archiveren en ik kon niet hebben dat het nageslacht zou gaan twijfelen aan mijn probleem-oplossend vermogen.
Krijn Peter Hesselink
PS Anne, de onvolprezen pr-medewerkster van Nieuw Amsterdam, vertelde mij later dat deze ‘gratis publiciteit’ (waarvoor ik geen honorarium ontvang) een ‘advertentiewaarde’ vertegenwoordigt van ruim dertienhonderd euro. Dat is meer dan het voorschot dat ik heb gekregen voor de hele bundel. Het is een zonderlinge wereld...
Krijn Peter Hesselink
PS Anne, de onvolprezen pr-medewerkster van Nieuw Amsterdam, vertelde mij later dat deze ‘gratis publiciteit’ (waarvoor ik geen honorarium ontvang) een ‘advertentiewaarde’ vertegenwoordigt van ruim dertienhonderd euro. Dat is meer dan het voorschot dat ik heb gekregen voor de hele bundel. Het is een zonderlinge wereld...
De zoveelste niet-vrolijke Frans
13.10.09
‘Hoe vrolijk het ook klinkt,’ zei Wim Brands, ‘je bent eigenlijk gewoon de zoveelste niet-vrolijke Frans onder de dichters.’ Het was acht uur ’s ochtends, ik had mijn eerste kopje koffie koud achter de kaken en ik was te gast bij De Avonden op Radio 6 om te praten over mijn nieuwe dichtbundel Stil alarm. Even vroeg ik mij af of Wim Brands voor het interview soms mijn vorige bijdrage aan dit weblog had geraadpleegd. Daarin verwonder ik mij erover dat mijn poëzie en muziek vaak zo luchtig worden opgevat. Zo stelde Rob Schouten in Vrij Nederland: ‘Geen moeilijk gedoe, dit is poëzie om van te genieten.’ Volgens Wim Brands klopt dat slechts ‘voor de helft, want het is wél moeilijk gedoe, maar je brengt het zo goed.’
Toch betwijfel ik of hij mijn weblog had gelezen. Dat ik tevens muziek maak leek geheel nieuw voor hem te zijn. Hij sprong er gelijk op in. Er stond een akoestische gitaar in de studio en zonder ook maar de gelegenheid te krijgen die fatsoenlijk te stemmen liet hij mij kort wat spelen. ‘Je deelt jezelf gewoon op in twee persoonlijkheden,’ constateerde hij goedkeurend over deze aanvulling op mijn artistieke arsenaal. ‘Hoe meer persoonlijkheden, hoe liever,’ beaamde ik, waarbij ik wijselijk verzweeg dat mijn heimelijke ambities zich uitstrekken tot kinderboeken, toneelstukken, romans en wat al niet.
‘Weet je wat ik een van de mooiste gedichten uit de bundel vind,’ vroeg Wim Brands tegen het einde van het gesprek. Het bleek te gaan om ‘Keitjes om mee te keilen’. Het is altijd lastig complimenten in ontvangst te nemen. Ik stamelde iets over de extreme eenvoud van het gedicht in kwestie. Dat bevestigde Wim Brands enthousiast. ‘Ja en dan iets vertellen waarvan iedereen gelijk denkt: ja dat is inderdaad zo,’ zei hij. ‘Je vergeet het ook nooit meer. Wat het wil vertellen, dat weet je helemaal niet. Uiteindelijk is dat toch waar poëzie over gaat?’
Krijn Peter Hesselink
Toch betwijfel ik of hij mijn weblog had gelezen. Dat ik tevens muziek maak leek geheel nieuw voor hem te zijn. Hij sprong er gelijk op in. Er stond een akoestische gitaar in de studio en zonder ook maar de gelegenheid te krijgen die fatsoenlijk te stemmen liet hij mij kort wat spelen. ‘Je deelt jezelf gewoon op in twee persoonlijkheden,’ constateerde hij goedkeurend over deze aanvulling op mijn artistieke arsenaal. ‘Hoe meer persoonlijkheden, hoe liever,’ beaamde ik, waarbij ik wijselijk verzweeg dat mijn heimelijke ambities zich uitstrekken tot kinderboeken, toneelstukken, romans en wat al niet.
‘Weet je wat ik een van de mooiste gedichten uit de bundel vind,’ vroeg Wim Brands tegen het einde van het gesprek. Het bleek te gaan om ‘Keitjes om mee te keilen’. Het is altijd lastig complimenten in ontvangst te nemen. Ik stamelde iets over de extreme eenvoud van het gedicht in kwestie. Dat bevestigde Wim Brands enthousiast. ‘Ja en dan iets vertellen waarvan iedereen gelijk denkt: ja dat is inderdaad zo,’ zei hij. ‘Je vergeet het ook nooit meer. Wat het wil vertellen, dat weet je helemaal niet. Uiteindelijk is dat toch waar poëzie over gaat?’
Krijn Peter Hesselink
Een blijmoedige ziel?
22.09.09
‘Je bent wel opgewekt, hè?’ Het was de eerste vraag die ik voor de kiezen kreeg toen ik onlangs als singer/songwriter te gast was bij Drop, een cultureel jongerenprogramma op Amsterdam FM. Ik heb het maar beaamd. Maar vreemd vond ik het wel. Kort daarvoor had ik in het lied ‘Na een lachje of twee’ nog dingen gezegd als:
Toen zei jij, nee, ik wil niet zweven
wil niet blind zijn voor de as
je bent een klootzak en ik haat je
en ik mis de stille echo
van je pas
Mij klinkt dat eerder melodramatisch dan luchthartig in de oren. Iets vergelijkbaars geldt voor een lied als ‘Nee liefde is het niet’, waarin ik onder meer verkondig:
Je legde mijn hoofd
op je schoot in de nachttrein
en keek door je spiegelbeeld
heen naar het zwart
Een dijenkletser kan ik er niet van maken, zeg maar. Ik ben het inmiddels echter wel gewend. ‘Krijn Peter Hesselink gaat met licht verende tred door het leven,’ zo concludeerde Janita Monna een jaar geleden al in de Groene Amsterdammer naar aanleiding van mijn debuutbundel. En Rob Schouten typeerde mijn gedichten in Vrij Nederland destijds als ‘goedgemutst’ en ‘opgewekt’. Misschien moet ik het als mijn kracht zien. Zelfs in de grootste ellende weet ik nog ruimte te maken voor optimisme en een bevrijdende lach, zo iets.
Wil je meelachen? Kom dan zaterdag naar Perdu. Daar houd ik mijn liedjesprogramma ten doop tijdens een live-opname die ook toegankelijk is voor publiek.
Zaterdag 26 september
Perdu (Kloveniersburgwal 86, Amsterdam)
Aanvang 20:30 uur
Deuren open 20:00 uur
Entree 4 euro
CD 8 euro (wie van tevoren op de CD intekent hoeft geen entree te betalen)
Reserveren via www.perdu.nl
Krijn Peter Hesselink
Toen zei jij, nee, ik wil niet zweven
wil niet blind zijn voor de as
je bent een klootzak en ik haat je
en ik mis de stille echo
van je pas
Mij klinkt dat eerder melodramatisch dan luchthartig in de oren. Iets vergelijkbaars geldt voor een lied als ‘Nee liefde is het niet’, waarin ik onder meer verkondig:
Je legde mijn hoofd
op je schoot in de nachttrein
en keek door je spiegelbeeld
heen naar het zwart
Een dijenkletser kan ik er niet van maken, zeg maar. Ik ben het inmiddels echter wel gewend. ‘Krijn Peter Hesselink gaat met licht verende tred door het leven,’ zo concludeerde Janita Monna een jaar geleden al in de Groene Amsterdammer naar aanleiding van mijn debuutbundel. En Rob Schouten typeerde mijn gedichten in Vrij Nederland destijds als ‘goedgemutst’ en ‘opgewekt’. Misschien moet ik het als mijn kracht zien. Zelfs in de grootste ellende weet ik nog ruimte te maken voor optimisme en een bevrijdende lach, zo iets.
Wil je meelachen? Kom dan zaterdag naar Perdu. Daar houd ik mijn liedjesprogramma ten doop tijdens een live-opname die ook toegankelijk is voor publiek.
Zaterdag 26 september
Perdu (Kloveniersburgwal 86, Amsterdam)
Aanvang 20:30 uur
Deuren open 20:00 uur
Entree 4 euro
CD 8 euro (wie van tevoren op de CD intekent hoeft geen entree te betalen)
Reserveren via www.perdu.nl
Krijn Peter Hesselink
Het lijf weet het beter
28.08.09
Het duurt even voor het tot me doordringt dat ik geen idee heb waar mijn fiets staat. Ik heb zitten werken in de Koffiesalon aan de Utrechtsestraat en nu wil ik weer naar huis. Er zoemen talloze gedachten door mijn hoofd. Ik heb nog maar een paar dagen om te twijfelen over de interpunctie in het gedicht ‘Rondgang’; dan gaat mijn nieuwe bundel naar de drukker. Ik heb Sahand Sahebdivani en consorten nu wel zo gek gekregen om een muzikaal programma te verzorgen op mijn bundelpresentatie begin oktober, maar wie wil ik daar eigenlijk allemaal voor uitnodigen? En welke liedjes ga ik zelf spelen op de Uitmarkt dit weekend? Mijn gedachten zijn net aangeland bij het boek van Breyten Breytenbach dat ik momenteel aan het vertalen ben, als het tot mij doordringt dat ik linea recta op mijn fiets af aan het lopen ben. Ik herinner mij niet te hebben bedacht waar die stond. Ik herinner mij niet te hebben besloten hier te gaan kijken. Ik herinner mij niet mij in beweging te hebben gezet. Mijn hoofd is overal en nergens. Gelukkig slaat mijn lijf zich er in zijn eentje ook wel doorheen.
Krijn Peter Hesselink
Krijn Peter Hesselink
Een bliksembezoek aan het Vaticaan
16.07.09
In tijden van crisis moeten de machtigen der aarde voortdurend een evenwicht zien te vinden tussen hard beleid en symbolische daden. Barack Obama begrijpt dat met zijn bijna messianistische imago als geen ander. Piet Hein Donner, die afgelopen dinsdag bij radio-programma ‘Dit is de dag’ te gast was, kan nog veel van hem leren. De minister zat alweer in de auto naar een volgende afspraak, toen ik aan de beurt was om het volgende sneldicht voor te dragen, over het bliksembezoek dat de Amerikaanse president die dag aan het Vaticaan bracht.
Een half uurtje voor God, meer heeft Obama
niet nodig, God is toch wel op zijn hand
terwijl de wereld om hem heen instort
hoeft hij niet langer alles door te denken
het gaat er niet om wat hij zoal doet
het gaat er enkel om dat hij iets doet
als zakenbanken links en rechts omvallen
als het ontslagen regent in de polder
en ijskappen wegsmelten op de bergen
hij kan het ook niet helpen, onze afgod
van de verandering, fotogeniek
legt hij zijn onmacht lachend in Gods armen
Krijn Peter Hesselink
Een half uurtje voor God, meer heeft Obama
niet nodig, God is toch wel op zijn hand
terwijl de wereld om hem heen instort
hoeft hij niet langer alles door te denken
het gaat er niet om wat hij zoal doet
het gaat er enkel om dat hij iets doet
als zakenbanken links en rechts omvallen
als het ontslagen regent in de polder
en ijskappen wegsmelten op de bergen
hij kan het ook niet helpen, onze afgod
van de verandering, fotogeniek
legt hij zijn onmacht lachend in Gods armen
Krijn Peter Hesselink
Mijmeringen
21.06.09
We stonden in de coulissen. De kleine zaal van het Hengelose Rabotheater druppelde gestaag vol. Bijna driehonderd mensen zaten te wachten. Op Breyten Breytenbach, op Charl-Pierre Naudé, op Gert Vlok Nel, op ons. Simon vertelde dat hij jarenlang had gemijmerd over de mogelijkheid naar het conservatorium te gaan. Hij had zich er net bij neergelegd dat het er nooit van zou komen, dat hij een degelijk leven zou leiden, zonder al te grote artistieke aspiraties, toen ik in zijn leven verscheen. Het was een half jaar geleden en ik was eigenlijk op zoek naar een cellist, maar Simon bleek zijn cello in geen tijden meer te hebben aangeraakt. Hij was in de ban van een nieuwe liefde: de contrabas. Ook leuk, dacht ik.
Nu vormen we een duo. Met dank aan zijn cello-achtergrond kan hij behalve tokkelen tevens uitstekend strijken. En dan heeft hij ook nog een prachtige stem. Als mijn gitaar in de spotlights onverhoopt niet doet wat ik wil, kan ik altijd terugvallen op de onverzettelijkheid van zijn contrabas. Dat is een geruststellende gedachte, waar ik mij op zulke momenten, in de coulissen, vlak voor aanvang, graag aan mag vastklampen. Maar mijn mijmeringen werden wreed doorbroken. Annette kwam aanstormen. ‘Jullie moeten op,’ zei ze, ‘nu!’ Dus daar gingen we.
Krijn Peter Hesselink
Nu vormen we een duo. Met dank aan zijn cello-achtergrond kan hij behalve tokkelen tevens uitstekend strijken. En dan heeft hij ook nog een prachtige stem. Als mijn gitaar in de spotlights onverhoopt niet doet wat ik wil, kan ik altijd terugvallen op de onverzettelijkheid van zijn contrabas. Dat is een geruststellende gedachte, waar ik mij op zulke momenten, in de coulissen, vlak voor aanvang, graag aan mag vastklampen. Maar mijn mijmeringen werden wreed doorbroken. Annette kwam aanstormen. ‘Jullie moeten op,’ zei ze, ‘nu!’ Dus daar gingen we.
Krijn Peter Hesselink
‘De kat die toe mag kijken als we vrijen’
9.06.09
Vrijdag was een goede dag. De mensen van Passionate Magazine meldden dat ze op een nog nader te bepalen moment twee van mijn gedichten in hun blad willen opnemen. En Marion van Nieuw Amsterdam stuurde me een pdf met vier mogelijke omslagen voor mijn komende bundel. Het maakt het ineens tastbaar, zo’n omslag. Tot op dat moment was mijn bundel niet meer dan een word-document op mijn laptop. Dat er in oktober iets in de winkel komt te liggen, had iets hopeloos abstracts. Nu heeft ie ineens een gezicht.
Ik sta voor de deur bij een vriend die ik al tijden niet meer heb gezien. Gisteren heb ik de email nog bekeken waarin hij me uitnodigt om vandaag naar zijn verjaardagsfeestje te komen. En toch, mijn hand heeft zich al naar de deurbel uitgestrekt, aarzel ik even. Misschien heb ik me in de datum vergist, in de tijd, in de plaats, misschien herkent hij me niet, of verontrustender nog, herken ik hem niet, misschien blijft de hele avond de twijfel aan me knagen, ben ik stiekem toch op het verkeerde adres, durft niemand zo ongastvrij te zijn mij uit de waan te helpen.
Weinig mensen zullen menen dat er iets schort aan mijn realiteitszin. Zolang ik mij kan heugen, bel ik altijd aan op zulke momenten, wordt er altijd opengedaan door iemand die ik ken, door iemand die mij hartelijk verwelkomt. Ook toen ik het pdf-document opende, werd ik gelijk aangestaard door een vertrouwd gezicht. Ik wist nog niet dat een kat en een man in ochtendjas het omslag van Stil alarm zouden sieren, maar het was alsof het nooit anders was geweest. De drie andere mogelijkheden die de vormgever had aangedragen, heb ik wel nog even bekeken. Maar het was een uitgemaakte zaak. Het omslag is rond, nu de inhoud nog. Eind deze maand verwacht Jasper een semi-definitieve versie.

Krijn Peter Hesselink
Ik sta voor de deur bij een vriend die ik al tijden niet meer heb gezien. Gisteren heb ik de email nog bekeken waarin hij me uitnodigt om vandaag naar zijn verjaardagsfeestje te komen. En toch, mijn hand heeft zich al naar de deurbel uitgestrekt, aarzel ik even. Misschien heb ik me in de datum vergist, in de tijd, in de plaats, misschien herkent hij me niet, of verontrustender nog, herken ik hem niet, misschien blijft de hele avond de twijfel aan me knagen, ben ik stiekem toch op het verkeerde adres, durft niemand zo ongastvrij te zijn mij uit de waan te helpen.
Weinig mensen zullen menen dat er iets schort aan mijn realiteitszin. Zolang ik mij kan heugen, bel ik altijd aan op zulke momenten, wordt er altijd opengedaan door iemand die ik ken, door iemand die mij hartelijk verwelkomt. Ook toen ik het pdf-document opende, werd ik gelijk aangestaard door een vertrouwd gezicht. Ik wist nog niet dat een kat en een man in ochtendjas het omslag van Stil alarm zouden sieren, maar het was alsof het nooit anders was geweest. De drie andere mogelijkheden die de vormgever had aangedragen, heb ik wel nog even bekeken. Maar het was een uitgemaakte zaak. Het omslag is rond, nu de inhoud nog. Eind deze maand verwacht Jasper een semi-definitieve versie.

Krijn Peter Hesselink
De grote vraag
21.05.09
Soms heeft het Hilversumse Mediapark iets van de Bermuda-driehoek. Vorige week was ik als dichter van de dag weer eens te gast bij ‘Dit is de dag’ op Radio 1. De lijsttrekkers van de drie kleinste partijen die kandidaat staan voor het Europese Parlement mochten ons onderling kibbelend uitleggen wat ze zouden doen als ze het in Europa voor het zeggen hadden, en waarom wij als kiezers hun die macht zouden moeten verlenen. Een van hen was een beetje te laat. Ze was verdwaald in het Mediapark. Daarna was de beurt aan David Endt, teammanager van Ajax. Ook hij kwam aanvankelijk niet opdagen. Ik zag hem al eeuwig ronddolen door het labyrint van het Mediapark. Ik vond het dan ook bijna jammer dat hij later alsnog opdook. Hij wilde praten over een boek dat hij had geschreven over zijn jeugdliefde Inter Milan. Maar alle nieuwsgierigheid ging natuurlijk uit naar Marco van Basten, die aan den lijve had ondervonden dat wie hoog stijgt diep kan vallen en zijn ontslag had aangeboden als trainer van Ajax. En toen was ik aan de beurt, met het volgende sneldicht.
Wat wil de man die op de hoogste toren
de wolken en de winden mag bestieren
en die nu druk naar ons staat te gebaren
ons zeggen? Zijn theater maakt nieuwsgierig.
We banen ons een weg naar boven door
een woud van ellebogen. Concurrenten
laten we in het mediapark verdwalen
zodat ze enkel door afwezigheid
nog kunnen schitteren, we laten ze
met een grote boog verdwijnen in het slijk
van roddel, achterklap, desinformatie
tot niemand ons de weg nog kan versperren.
We zijn nu bij de grote man gekomen.
We zien het antwoord op zijn lippen liggen.
We sluipen naderbij. Zijn adem streelt
ons oor, ons eergevoel, ons diepst verlangen.
Hij fluistert: ‘Het is eenzaam aan de top
en nu ben jij.’ Dan springt hij naar beneden.
Krijn Peter Hesselink
Wat wil de man die op de hoogste toren
de wolken en de winden mag bestieren
en die nu druk naar ons staat te gebaren
ons zeggen? Zijn theater maakt nieuwsgierig.
We banen ons een weg naar boven door
een woud van ellebogen. Concurrenten
laten we in het mediapark verdwalen
zodat ze enkel door afwezigheid
nog kunnen schitteren, we laten ze
met een grote boog verdwijnen in het slijk
van roddel, achterklap, desinformatie
tot niemand ons de weg nog kan versperren.
We zijn nu bij de grote man gekomen.
We zien het antwoord op zijn lippen liggen.
We sluipen naderbij. Zijn adem streelt
ons oor, ons eergevoel, ons diepst verlangen.
Hij fluistert: ‘Het is eenzaam aan de top
en nu ben jij.’ Dan springt hij naar beneden.
Krijn Peter Hesselink
Pantoen
12.05.09
Externe opdrachten kunnen heel inspirerend zijn. Ze brengen je ertoe dingen te doen die je anders nooit zou doen. Soms kom je er dan achter dat dat maar goed ook was. Soms ontdek je nieuwe mogelijkheden.
Het was de zomer van 2006 en ik had mij al geplaatst voor het Nederlands kampioenschap slam-poetry, maar eigenlijk vond ik mijn poëzie niet goed genoeg. Toen kwam Ingmar Heytze met het verzoek ter gelegenheid van een ‘science slam’ een gedicht te schrijven over een object uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum. Ik schreef een gedicht met de verschrikkelijk lange titel ‘Een brief aan het object li 158 uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum’. Plotseling had ik mijn toon gevonden: lichter, aardser, spreektaliger. Het was het begin van een creatieve explosie die uiteindelijk zou resulteren in mijn debuutbundel Als geen ander.
Nu heeft De Recensent mij gevraagd een pantoen te schrijven, een dichtvorm waarbij alle regels, door elkaar gehusseld, een keer herhaald worden. Ook dat zou ik uit mezelf nooit hebben gedaan. In zekere zin heb ik het mezelf nodeloos ingewikkeld gemaakt. Bij een pantoen kun je maar beter niet te veel narratieve samenhang aan de regels meegeven, want die valt als los zand uit elkaar door de gedwongen herhalingen. Maar misschien maakt dat mijn probeersel juist wel interessant. Surf naar www.derecensent.nl en oordeel zelf.
Krijn Peter Hesselink
Het was de zomer van 2006 en ik had mij al geplaatst voor het Nederlands kampioenschap slam-poetry, maar eigenlijk vond ik mijn poëzie niet goed genoeg. Toen kwam Ingmar Heytze met het verzoek ter gelegenheid van een ‘science slam’ een gedicht te schrijven over een object uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum. Ik schreef een gedicht met de verschrikkelijk lange titel ‘Een brief aan het object li 158 uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum’. Plotseling had ik mijn toon gevonden: lichter, aardser, spreektaliger. Het was het begin van een creatieve explosie die uiteindelijk zou resulteren in mijn debuutbundel Als geen ander.
Nu heeft De Recensent mij gevraagd een pantoen te schrijven, een dichtvorm waarbij alle regels, door elkaar gehusseld, een keer herhaald worden. Ook dat zou ik uit mezelf nooit hebben gedaan. In zekere zin heb ik het mezelf nodeloos ingewikkeld gemaakt. Bij een pantoen kun je maar beter niet te veel narratieve samenhang aan de regels meegeven, want die valt als los zand uit elkaar door de gedwongen herhalingen. Maar misschien maakt dat mijn probeersel juist wel interessant. Surf naar www.derecensent.nl en oordeel zelf.
Krijn Peter Hesselink